Hoeveel zakgeld per leeftijd? De Nibud-richtlijn, en hoe je het bijhoudt

Updated 2026-08-06

Er bestaat geen vast bedrag, en dat is precies wat het Nibud er zelf over zegt: het zijn richtlijnen, geen normen. De Nibud-bandbreedte loopt van €1,20 tot €2,30 per week voor een zesjarige, via €2,30 tot €2,80 per week op je tiende, naar €2,60 tot €4,70 per week voor een twaalfjarige. Op de middelbare school stapt het Nibud over op maandbedragen: €20 tot €25 voor een dertienjarige, oplopend tot €40 tot €50 als je kind achttien is. Meer of minder geven mag, zolang het past bij wat jullie kunnen missen — en zolang het bedrag elke keer komt.

Vrijwel elke Nederlandse bank heeft inmiddels een zakgeldpagina, en allemaal citeren ze dezelfde bron. Wij dus ook: hieronder de hele tabel, met daarna het deel dat de bankpagina’s overslaan — hoe je het week na week volhoudt zonder rekening, zonder pas, en zonder dat het elke vrijdag opnieuw een onderhandeling wordt.

Basisschool: zakgeld per week

Bedragen per week volgens de Nibud-richtlijn zakgeld en kleedgeld. Het Nibud noemt dit nadrukkelijk richtlijnen, geen normen — de bandbreedte is er om binnen te kiezen wat bij jullie past.
LeeftijdPer weekWat er rond deze leeftijd verandert
6 jaar€1,20 – €2,30Munten worden herkenbaar. Het Nibud noemt dit een goed moment om te beginnen.
7 jaar€1,40 – €2,30Een week wachten op iets kan nu echt. De eerste spaarbeslissing.
8 jaar€1,90 – €2,80Prijzen gaan iets betekenen: dit is twee weken sparen, dat is vier.
9 jaar€2,30 – €2,90Een spaardoel van een week of drie is haalbaar zonder dat het eindeloos voelt.
10 jaar€2,30 – €2,80Uitgeven gebeurt vaker buiten jouw blikveld. Bijhouden wordt lastiger.
11 jaar€2,30 – €3,50Vriendengroep gaat meewegen in wat er gekocht wordt.
12 jaar€2,60 – €4,70Overgangsjaar: het Nibud noemt twaalf in beide tabellen.

Middelbare school: zakgeld per maand

Bedragen per maand volgens dezelfde Nibud-richtlijn. Zakgeld en kleedgeld zijn bij het Nibud twee aparte potjes; dit zijn de zakgeldbedragen.
LeeftijdPer maandWat er rond deze leeftijd verandert
12 jaar€20 – €22Brugklas. Goed moment om over te stappen van week naar maand.
13 jaar€20 – €25Uitgeven gaat over afspreken, onderweg, en de kantine.
14 jaar€25 – €32Het eerste echte budgetprobleem: op is op, en de maand is halverwege.
15 jaar€25 – €35Een bijbaantje komt in beeld. Zakgeld wordt de bodem, niet het hele inkomen.
16 jaar€25 – €43Vaste lasten verschijnen: abonnement, vervoer, uitgaan.
17 jaar€25 – €40Steeds vaker een gesprek over kosten in plaats van over een bedrag.
18 jaar€40 – €50Op weg naar volledig zelf regelen, met jullie als vangnet.

Wanneer begin je?

Rond zes jaar, zegt het Nibud, en de reden is praktisch: dat is de leeftijd waarop kinderen munten van elkaar leren onderscheiden en de waarde ervan herkennen. Zonder dat is zakgeld een leuk ritueel zonder inhoud — er wordt iets overhandigd, maar er valt niets te wegen.

Begin klein en begin laag in de bandbreedte. Een bedrag verhogen voelt als iets goeds; een bedrag verlagen omdat je te ruim begon, voelt als straf en wordt ook zo opgevat.

Van week naar maand: rond het twaalfde jaar

Jonge kinderen krijgen zakgeld per week, en dat is geen willekeurige keuze. Een maand ligt voor een achtjarige simpelweg te ver weg om overheen te plannen; het geld raakt losgekoppeld van waar het vandaan kwam.

Rond twaalf, als de middelbare school begint, leert een maandbedrag precies wat een weekbedrag niet kan: iets laten duren voorbij het punt waarop het nog veel lijkt. Het Nibud legt de knip op dezelfde plek — twaalf staat in de weektabel én in de maandtabel, en dat overlapjaar is er niet voor niets.

Kondig de overstap aan als promotie, niet als bezuiniging. Het gaat om hetzelfde geld in één keer, met het beheer erbij.

Het ritme telt zwaarder dan het bedrag

Het sterkste onderzoek op dit terrein gaat helemaal niet over bedragen. In Habit Formation and Learning in Young Children, geschreven door David Whitebread en Sue Bingham van de Universiteit van Cambridge voor de Britse Money Advice Service in 2013, is de bevinding die overal geciteerd wordt dat de denkgewoonten die bepalen hoe iemand later met geld omgaat grotendeels rond het zevende jaar gevormd zijn — door herhaalde alledaagse ervaring, niet door uitleg. Het rapport doet geen enkele uitspraak over hoeveel je moet geven. Wat het onderbouwt is herhaling en voorspelbaarheid, en dat is iets anders dan royaal zijn.

Praktisch betekent dat: een bedrag dat je elke week kunt betalen wint van een groter bedrag dat komt als de maand meezat. En: niet heronderhandelen. Als het bedrag elke week ter discussie staat, is de les die je kind leert dat inkomen afhangt van doorzeuren — en heb je jezelf een wekelijkse discussie cadeau gedaan.

Spreek één keer een bedrag af, zeg erbij wanneer je het opnieuw bekijkt (een verjaardag is een logisch moment), en laat het verder saai zijn.

Vier keuzes die zwaarder wegen dan het bedrag

Bijhouden zonder bankrekening

Voor niets van dit alles heb je een rekening of een pas nodig. Een pot op de kast werkt prima. Het probleem met die pot is de boekhouding: wie heeft er al betaald, wat is er ondertussen uitgegeven, en hoeveel is er nog over voor het spaardoel — vragen die uit het hoofd beantwoord worden, meestal verkeerd en meestal midden in een discussie.

KlusQuest houdt dat potje digitaal bij. Zakgeld komt in een virtueel potje zodra jij een klus goedkeurt, je kind ziet het optellen richting een spaardoel dat het zelf gekozen heeft, en er is geen bankkoppeling en geen pas — er gaat dus ook niets af onderweg, want het geld gaat nergens heen. Het uitbetalen blijft binnen het gezin, op jullie manier, precies zoals jullie het nu al doen.

Het splitst de twee modellen in plaats van je te laten kiezen: gewone taken leveren punten op omdat ze er nu eenmaal bij horen, extra klussen leveren zakgeld op richting het spaardoel. Het is een app voor iPhone en iPad, voor gezinnen met kinderen van 7 tot 18, gratis voor één kind met alles erop en eraan; KlusQuest Pro voegt meerdere kinderen en fotobewijs toe.

Veelgestelde vragen

Hoeveel zakgeld geef je een kind van 10?

Het Nibud houdt het op €2,30 tot €2,80 per week voor een tienjarige. Waar je binnen die bandbreedte gaat zitten, maakt minder uit dan dat het bedrag elke week op dezelfde dag komt.

Vanaf welke leeftijd geef je zakgeld?

Rond zes jaar. Dat is volgens het Nibud de leeftijd waarop kinderen munten herkennen en de waarde ervan begrijpen — vóór dat moment valt er voor je kind weinig te wegen.

Per week of per maand?

Per week op de basisschool, omdat een maand te ver weg ligt om overheen te plannen. Per maand vanaf een jaar of twaalf, als het laten duren van het bedrag de eigenlijke vaardigheid wordt. Het Nibud legt de knip precies daar.

Moet je zakgeld verdienen met klusjes?

Daar bestaat geen eensluidend antwoord op, en beide modellen hebben serieuze voorstanders. De tussenvorm waar de meeste gezinnen op uitkomen: gewone huishoudelijke taken horen bij het gezin en zijn niet betaald, echt extra klussen mogen wel geld opleveren. Belangrijker dan de keuze is dat je hem consequent volhoudt.

Wat als de Nibud-bedragen niet passen bij ons budget?

Geef minder. Het Nibud noemt het zelf richtlijnen en geen normen, en het onderzoek naar gewoontevorming gaat over regelmaat, niet over hoogte. Een euro die altijd komt is meer waard dan vijf die soms komen.

Heb ik een bankrekening of kinderpas nodig?

Nee. Een virtueel potje houdt bij wat er verdiend en gespaard is zonder rekening, pas of overboeking — en dat is precies wat het werkbaar maakt voor een zevenjarige. Zo werkt KlusQuest: geen bankkoppeling, en het uitbetalen blijft binnen het gezin.

Sources